Column Bob Hoogenboom

Bestuur en politie: ga aan het werk!

Toen Ed d’Hondt burgemeester van Nijmegen was, had hij een keer, samen met de korpschef, een gesprek met een brigadier over de wijkaanpak en de doorvertaling van beleid. Na een half uurtje vond de brigadier het wel genoeg en zei: ‘Kom ik ga maar weer eens aan het werk’.
Volgens D’ Hondt illustreren dit soort verhalen niet alleen hoe relatief de (be)sturing van de politieorganisatie is, maar ook hoe complex. D’Hondt spreekt in dit verband over de ‘stamcellen’ van het politiewezen. De sturing en de uitvoering van politiewerk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er bestaan wederzijdse afhankelijkheden, maar bovenal is er een gezagsrelatie. De politie functioneert ondergeschikt aan het gezag. Geen discussie mogelijk. Maar D’Hondt heeft natuurlijk gelijk als hij zegt dat dit feitelijk anders uitpakt.
In de sturing van de politieorganisaties zijn de afgelopen jaren wrijvingen opgetreden. Deze zijn historisch inherent aan ons politiebestel, maar lijken te zijn toegenomen. Dit blijkt uit een aantal kroonbenoemingen voor nieuwe korpschefs waarop de minister van Binnenlandse Zaken haar stempel drukt vanwege het diversiteitbeleid, maar ook uit de wijze waarop een aantal korpsbeheerders sturen. De prestatie convenanten en de indiening van een nieuw Wetsontwerp nationale politie houden de gemoederen ook bezig.
Net als bij burgemeester D’Hondt schuren twee werkelijkheden langs en soms tegen elkaar. Dit heeft niet altijd te maken met de inhoud van het werk, maar met macht en percepties van (eigen)macht. Met ego’s en (gekwetste) trots. Soms is het rationeel, soms ook emotioneel. In een samenleving als de onze, waarin ‘veiligheid’ sterk is gepolitiseerd, worden ‘gevoelens soms feiten’. En dat is te betreuren. Het ‘wrijven’ en het ‘schuren’ komt zowel van de zijde van het gezag (de minister en de burgemeesters/korpsbeheerders) als van de korpschefs. Onze samenleving wordt door de socioloog Garland gekenschetst in termen van ‘a culture of control’. Alles en iedereen heeft deze dagen iets met veiligheid en dan laaien de gemoederen om het minste en geringste op. De politisering van veiligheid leidt ertoe dat bestuurders en de media (die elkaar versterken) zich meer en meer gaan bemoeien met incidenten, wendingen in opsporingsonderzoeken en rechtszaken. Soms gaat dit om de inhoud, maar ook electoraal gewin komt om de hoek kijken. Volgens Garland is sprake van een toenemende ‘schizofrene relatie’ tussen het politieke systeem en professionals in de uitvoering.
Hoe begrijpelijk wellicht ook, als burgemeester D’Hondt keer op keer meegaat met politiemensen de wijk in, of zich breder mengt in de uitvoering van politiezorg, gaat de wand het schip keren. Schoenmaker blijf bij je leest. Doe je dat niet dan nemen ‘wrijvingen’ toe tussen gezag en uitvoering. En, bij dit laatste is niemand gebaat. Niet alleen worden dan onderlinge relaties vertroebeld, maar de burger zal het niet begrijpen als gezagsdragers en politiemensen in de ‘dramademocratie’ rollebollend met elkaar over straat gaan.
Dan zal naast ‘oude politiek’ misschien gepraat gaan worden over ‘oud gezag’ en ‘oude politie’. De legitimiteit van de overheid komt dan verder in het gedrang. De rechtshandhaving ontleent haar legitimiteit voor een deel en, misschien wel voor een groter deel dan wij denken, aan de symbolische macht die het justitiële systeem (en dus de politie) vertegenwoordigt.
Een samenleving heeft behoefte aan een voorspelbare en betrouwbare openbare orde. De wederzijdse verantwoordelijkheden en afhankelijkheden tussen bestuurders en uitvoerders (waaronder de politie) zijn groot, maar lijken niet altijd dominant te zijn in denken, praten en handelen van betrokkenen. Dan wordt legitimiteit ‘gemorst’ over de kranten, de praatprogramma’s en de internet blogs: uiteindelijk zal ook dit op enigerlei wijze het stemgedrag beďnvloeden.
Soms lijkt er sprake van een ‘redeloos en radeloos activisme’ in een (klein) onderdeel van een incident door bestuurders. Soms lijkt er sprake van ‘redeloos en radeloos activisme’ van politiemensen. Ook dit laatste is verklaarbaar uit de politiesociologie, waarin wordt geschreven over de morele gedrevenheid van de politie (‘het is niet alleen een nine to five job’). De brigadier in de tijd van burgemeester D’Hondt had genoeg van het gepraat (zelf zal hij waarschijnlijk een ander woord hebben gebruikt) omdat het niets toevoegt aan zijn werk. Hierin ligt een deel van de verklaring voor het ‘schuren’ en het ‘wrijven’. Ook ambtenaren hebben een voice optie en moeten binnen de grenzen van de wet (en het betamelijke) een mening geven over het werk. Uiteindelijk is dit waar het om gaat.
Andersom geeft het ook te denken dat bestuurders soms uitvoerders - van hoog tot laag - ‘neerbuigend’ behandelen. Waar of niet waar, dit is hoe het binnen de politie af en toe wordt ervaren. Uiteindelijk werkt ook dat averechts. Macht vereist gezag. Sturing van de politie is relatief en complex en juist daarom is het minste wat zowel bestuurders als politiemensen dienen te doen: met (professioneel) respect niet alleen met, maar ook over elkaar praten. Zonder dit is het al moeilijk genoeg op straat.

SMVP - Column Bob Hoogenboom - Bestuur en politie: ga aan het werk!

A+
A+   A-
     A-