Column Bob Hoogenboom

Mag het een onsje minder zijn?

‘The only thing we have to fear, is fear itself’. Dat zei president Roosevelt in zijn inaugurele rede in 1932. Sinds die tijd verwurgt angst ons meer en meer. We leven in een angstcultuur die heeft geleid tot een samenleving waarin risico’s en angsten niet meer weg te denken zijn uit de politiek, de wetenschap en de massacultuur. We zijn geobsedeerd door risico’s en angsten. Te pas en te onpas citeren we Ulrich Beck met zijn risk society. En, volgens Garland leven we in een angstcultuur. En, dan loopt er nog zo’n cultuurpessimistisch lijntje door publieke debatten waarin individualisering en het wegvallen van traditionele sociale controle (kerk, school, familie et cetera) wordt geproblematiseerd. Dit alles vertoont hier en daar absurde trekjes. In de eerste plaats zit er scheefgroei van risico’s (terrorisme) en angsten (criminaliteit). We zijn heel selectief geworden in het benoemen van risico’s om daaraan vervolgens absurd veel geld uit te gegeven. Geld dat ook zou kunnen worden geïnvesteerd in andere maatschappelijke vraagstukken.
In de tweede plaats ontkennen we de mechanismen achter deze scheefgroei: de handelaren in angst die garen spinnen bij het uitvergroten van een paar selectieve risico’s. Bepaalde angsten en risico’s worden uitvergroot omdat politici, organisaties, bedrijven en de media daar belang bij hebben.
In de derde plaats wordt gemakshalve vergeten dat vrijwel niemand iets zinnigs kan zeggen over de effecten van veiligheidsmaatregelen. Dus we benoemen enkele risico’s en angsten boven andere - veelal dodelijker risico’s - en investeren in die paar risico’s buitensporig veel geld zonder dat we weten of het werkt. Airport security is bij uitstek een voorbeeld. Maar ook de terreurbestrijding.
In de vierde plaats drukt de risico- en angstcultuur naar de achtergrond dat onze generatie in vergelijking met alle generaties vóór ons het nog nooit zo goed heeft gehad. Ondanks het te pas en te onpas van stal halen van de risicomaatschappij en de doemscenario’s die ons bedreigen worden we ouder en zijn we gezonder en gelukkiger dan onze voorouders.

Scheefgroei

Na 11/9 durven minder Amerikanen te vliegen en nemen daardoor vaker de auto. Doordat meer Amerikanen gaan rijden, neemt het aantal dodelijke verkeersslachtoffers toe. Het Max Planck Instituut in Berlijn berekent dat in dat jaar 1.595 meer dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Dat is zes keer zoveel burgers als in de vier 9/11 vliegtuigen zaten en 319 keer zoveel slachtoffers als bij de anthrax aanvallen in 2001. Als terroristen iedere maand één vliegtuig kapen en laten crashen heeft de Amerikaanse burger een kans van 1 op 135.000 dat hij gedood wordt. Dit tegen een kans van 1 op 6.000 dat hij een dodelijk auto-ongeluk heeft.
Tussen 1995 en 2001 wordt het Amerikaanse budget voor antiterrorismemaatregelen met 60% verhoogd. En, tussen 2001 en 2007 stijgt het budget nogmaals met 150% tot 58,3 biljard dollar. De oorlogen in Afghanistan en Irak vallen hierbuiten. Dat is veel geld. Geld dat ook zou kunnen worden uitgegeven om het ziektekostensysteem te moderniseren. ‘Politiek is de kunst van het zoeken naar problemen, om uit te zoeken of ze wel of niet bestaan om dan een onjuiste diagnose te stellen en verkeerde maatregelen te nemen’(Sir Ernest Benn).
Gebeurt dat in onze samenleving door de angst voor het terrorisme zo serieus te nemen? Wereldwijd vliegen per jaar twee miljard mensen, en ongeveer twee miljard daarvan hebben geen kwade bedoelingen. Toch zijn de investeringen in (airport) security enorm. Ook in Nederland. Investeringen die ook elders kunnen worden gedaan. Ook in Nederland.
Ongeveer 14% (41 miljoen mensen) van de Amerikanen heeft geen ziektekostenverzekering van wie 9% (6,5 miljoen) kinderen. Hierdoor sterven per jaar 18.000 mensen onnodig: dat is zes maal het aantal slachtoffers van 9/11. Omdat zoveel mensen onverzekerd zijn, betaalt de Amerikaanse overheid tussen de 60 en 130 biljard dollar.
Terrorisme staat hoog op de maatschappelijke angstagenda, evengoed als misdaad. ‘Pedofielen kijken naar onze kinderen vanuit de schaduw’, waarschuwt de Amerikaanse minister van Justitie Gonzales in 2007, ‘zij liggen te wachten om onze kinderen te misbruiken’. Ook bij ons staat het onderwerp op de agenda: van kinderlokkers op internet tot Marokkaanse loverboys. Van mensensmokkelaars tot Haitiaanse hulpverleners. De angst voor het misbruik of de verdwijning van kinderen zit er goed in. Maar wat zeggen de cijfers? In de VS zijn ongeveer 70 miljoen kinderen. Per jaar registreert de FBI zo’n 115 zaken waarin kinderen door vreemden worden meegenomen. Het risico dat een kind loopt is 1 op de 608.696 (0,00016%). Er zijn honderdduizenden zaken van vermiste kinderen, dat is zeker waar. Maar het merendeel daarvan betreft kinderen die weglopen, en kinderen die worden ‘ontvoerd’ door een van beide partners na een echtscheiding. Het nachtmerriescenario (een kind dat wordt ontvoerd en het leven laat) komt nauwelijks voor, en bovendien is de verdrinkingskans van een kind jonger dan veertien veel hoger (1 op 210.526) en ook de kans op een dodelijk verkeersongeluk (2.408 kinderen onder de veertien jaar in 2003) is vele malen hoger (1 op de 24.502).
Veel van ons risicodenken en -handelen is eigenlijk onlogisch, overtrokken, en miskent andere problemen in onze samenleving. We maken ons druk over kernreactoren en straling, maar vliegen massaal naar de zon om twee of drie weken in de zon te liggen. Hierdoor lopen we het risico op huidkanker.
Tijdens en na de ontploffing van de kernreactor in Tjernobyl kwamen 9.000 mensen om het leven. Dat is eigenlijk een relatief laag aantal als je bedenkt dat in de VS per jaar meer dan 1 miljoen mensen gediagnosticeerd worden met huidkanker van wie er iets meer dan 1.000 overlijden.
Miljoenen mensen kijken naar autosport en in een periode van vijf jaar zijn in de VS 3.000 ongelukken gebeurd waarvan een aantal met dodelijk afloop voor zowel de bestuurder als het onder het publiek, maar het mag, en een deel van het publiek is er gek op. En, als een van deze autohelden de stress van de wedstrijd afreageert met een marihuanasigaret loopt hij het risico te worden gearresteerd en vervolgd.
Risico’s, angsten en reacties daarop zitten vol paradoxen. Er bestaat een angst voor pedofielen, maar meer kinderen lopen het gevaar in hun eigen huis om door ‘pa lief’ te worden misbruikt; er bestaat een angst voor wapens, maar meer kinderen verdrinken in de VS in een zwembad of lopen onder een auto dan dat zij door een kogel worden geraakt; uit angst voor wat dan ook worden kinderen meer binnen gehouden, waardoor zij minder sporten en meer kans op overgewicht en diabetes hebben en op den duur een groter risico voor zichzelf zijn dan veel uitvergrote gevaren van terrorisme en criminaliteit bij elkaar. Er bestaat een angst voor verdovende middelen, maar in ons land zijn meer dan 1 miljoen probleemdrinkers die zichzelf, hun omgeving en het medisch systeem laten opdraaien voor de schade en kosten. Maar alcohol is cultureel geaccepteerd en drugs niet.
Door terrorisme vallen in de westerse wereld dodelijke slachtoffers, en ook door misdaad vallen dodelijke slachtoffers, maar de aantallen vallen in het niet bij de dodelijke ongelukken in het ziekenhuis (in Nederland 3.000 per jaar), de dodelijke slachtoffers van huiselijk geweld (50 kinderen per jaar), verkeersongelukken (750 doden in 2008) of de schadelijke gevolgen voor de gezondheid door milieuvervuiling. En, ieder jaar vallen meer slachtoffers door de griep dan door de georganiseerde misdaad of door terrorisme.
Er is een scheefgroei in benoemen van risico’s en angsten en bijgevolg een scheefgroei in de budgetverdeling: er gaat relatief minder geld naar de aanpak van huiselijk geweld, minder geld naar verkeersveiligheid, minder geld naar de verbetering van het toezicht op ziekenhuizen en bijvoorbeeld minder geld naar de aanpak van milieucriminaliteit.

Handelaren in angst

Politici, kranten, het televisiejournaal, romans, televisieseries en films vergroten sommige angsten uit en maken het alledaags, terwijl het alledaagse wordt genegeerd.
Het alledaagse is dat in ons land ongeveer 1,25 miljoen vrouwen ooit te maken heeft gehad met lichamelijke mishandeling, geestelijke mishandeling of seksueel misbruik. Van alle ondervraagde vrouwen waren er ongeveer 280.000 ernstig tot zeer ernstig mishandeld door hun (ex-)partner. Ondanks het feit dat er heel veel vrouwen ernstig tot zeer ernstig worden mishandeld, doet iets minder dan 10% van de slachtoffers aangifte bij de politie.
De uitvergrotingen zitten in de scheve aandacht voor de verdwijning van het Britse meisje van vier jaar in Portugal; moord- en doodslag; geweld in het uitgaansleven en criminele afrekeningen. Tussen de 10% en 30% van de inhoud van het nieuws gaat over misdaad en daarmee is misdaad veruit het populairst. Hoe gewelddadiger en meer bizar de misdaad, des te meer aandacht. Maar niet alleen de media voeden onze angst. Ook in televisieseries, romans en in de film is misdaad oververtegenwoordigd: ieder jaar zijn ongeveer 20% van de films misdaadfilms en in ongeveer de helft van alle films komt misdaad voor. In een onderzoek naar de inhoud van de Amerikaanse televisie in de jaren vijftig bleek dat zeven van de 100 figuren werden vermoord. Dat is 1.400 keer meer dan in het echte leven. In de massamedia wordt aanhoudend een scheef beeld gecreëerd van misdaad. Het is dan ook niet verwonderlijk dat burgers een verwrongen beeld hebben van misdaad. In een Oxford onderzoek bleek dat burgers dachten dat meer dan de helft van de misdaad waarmee de politie wordt geconfronteerd gewelddadig van aard is. De werkelijkheid is dat slechts een fractie van de misdaad gewelddadig is.
Hoe scheef en verwrongen de beelden zijn blijkt ook uit het feit dat burgers in enquêtes - ook als de misdaad al jaren daalt - blijven aangeven dat de misdaad toeneemt. In een Gallup onderzoek in de VS in 2000 bleek dat 47% van de burgers aangaf dat de misdaad steeg. Ondanks het feit dat de misdaad in de zeven daaraan voorafgaande jaren spectaculair was gedaald. Misdaadbeelden zijn hardnekkig en onwrikbaar.
Angst en risico verkopen kranten, doen kijkcijfers stijgen en vergroten de omzetten van boekhandels en bioscopen. Politici winnen verkiezingen door de angstkaart uit te spelen en de particuliere beveiligingsmarkt heeft geen baat bij het relativeren van gevaren. Integendeel: fraud surveys, risicoanalyses en toekomstverwachtingen hebben steevast elementen van erger, toenamen, gevaarlijker in zich. Politici, media en dit soort van rapporten versterken elkaar weer. In de sociologie wordt gesproken van amplificatiespiralen.

Beperkte effecten veiligheidsmaatregelen en onbedoelde effecten

In 2007 verschijnt een themanummer van het vakblad Security Journal ter gelegenheid van het twintigjarige bestaan. Aan wetenschappers en praktijkmensen wordt gevraagd hoe security management zich in die 20 jaar heeft ontwikkeld. De rode draad in de bijdragen is dat geen zinnige uitspraken kunnen worden gedaan over wat wel en niet werkt. Het vakgebied ontbeert een fundamentele kennisbasis. Op theoretisch niveau bestaan geen verklarende of voorspellende modellen om ook maar bij benadering iets zinnigs te zeggen over welke beveiligingsystemen wel of niet werken of wat het effect is op aard en omvang van bepaalde vormen van criminaliteit. Er is sprake van een soort van ‘redeloos en radeloos activisme’. Niet alleen in de wereld van de fysieke beveiligingsmaatregelen, maar ook in het terrorismebeleid en de terrorismemaatregelen. Onlangs concludeerde een Nederlandse commissie dat veel veel antiterreurwetten van de afgelopen jaren elkaar overlappen. Bij incidenten kan het voorkomen dat politie, justitie, bestuur en veiligheidsdiensten allemaal tegelijk bevoegd zijn. Voor afstemming van overheidsoptreden bij terroristische incidenten ontbreken ‘goeddeels richtsnoeren’. Er zijn ook leemtes. Zo ontbreken wettelijke normen voor ‘persoonsgericht verstoren’. Deze commissie, onder leiding van oud-topambtenaar van Justitie Jan Suyver, heeft uitgezocht hoe het antiterreurbeleid ‘in onderlinge samenhang’ kan worden verbeterd. Uit dit rapport blijkt dat samenwerking tussen de diensten het kwetsbare punt is. Behalve in acute situaties heeft er zich nog geen ‘afstemmingspraktijk’ ontwikkeld. Verder wordt bij de diensten verschillend gedacht over de effectiviteit van nieuwe wetten, en is ‘men niet in alle situaties bereid vertrouwelijke informatie uit te wisselen’. De commissie constateert dat veel wetten niet of nauwelijks worden gebruikt.
Is op een aantal reacties op onveiligheid sprake van een ‘radeloos en redeloos activisme’? Schieten we niet door in het uitvergroten van bepaalde risico’s en schieten we niet door in de organisatorische, juridische, beleidsmatige en operationele antwoorden hierop? En, schieten we niet door in het ter zijde schuiven van ‘echte’ risico’s?

We hebben het nog nooit zo goed gehad

Als we onder dit scheve risico- en angstdenken kijken, en een aantal angstballonnen tot realistische omvang terugbrengen, blijkt dat in de afgelopen 40 à 50 jaar de gemiddelde leeftijd van mannen en vrouwen is toegenomen en onze standaarden van leven zijn toegenomen. We zijn hoger opgeleid, we zijn gezonder dan de generaties voor ons en ook voelen wij ons gelukkiger dan die vorige generaties. We verdienen meer, gaan vaker op vakantie. Het veronderstelde hijgerige gebrek aan inburgering van allochtonen blijkt bij nader inzien toch ook wel mee te vallen, zo zegt het Sociaal en Cultureel Planbureau. Kortom, op het cultuurpessimisme van boven ons hoofd hangende catastrofes, zoals verwoord door onder andere Gabriel van den Brink in zijn lectorale rede met de omineuze ondertiteling ‘een door angst bevangen samenleving’, is nogal wat af te dingen. Er is veel empirisch onderzoek dat haaks staat op dit negatieve mens- en maatschappijbeeld (zie mijn bespreking voor tientallen tegenargumenten gebaseerd op enquêtes onder de Nederlandse bevolking van deze lectorale rede in De publiecke saeck, Boom uitgeverij, 2009).
Voor mijn moeder deed ik vroeger regelmatig boodschappen. Als ik mijn lijstje voorlas bij de slager werd steevast gevraagd: ‘Het is een onsje meer, mag dat?’ In het maatschappelijk debat over risico’s, angsten en andere vormen van cultuurpessimisme vind ik dat we vaker ‘neen’ moeten zeggen op deze vraag. We hebben liever een onsje minder, mag dat?!

SMVP - Column Bob Hoogenboom - Mag het een onsje minder zijn?

A+
A+   A-
     A-